‘Je mag het OK jasje wel aantrekken’, zegt de vriendelijk verpleegkundige, terwijl ze het gordijn rond mijn bed dicht trekt. Ik kijk naar de gele dekens op het bed, waar het blauwe OK-jasje netjes opgevouwen ligt te wachten. Te wachten op mij…

Terwijl ik mijn kleren uittrek, denk ik even terug aan het gesprek van zo net. ‘Er staat een A op uw polsbandje’, zei de verpleegkundige. Heel even had ik haar niet begrijpend aangekeken. In al mijn opnames en dat zijn er inmiddels tientallen, heeft werkelijk nog nooit iemand mij op die eerste letter van het alfabet op dat bandje gewezen. ‘Dat betekent, ging ze verder, dat als het mis gaat, we alles gaan doen om uw leven te redden, reanimatie dus.’ “Hartslag”, flitst het even snel door mijn hoofd. En terwijl ik dat denk, maakt mijn motortje even een driedubbele salto. “Hartslag!” Niet aan denken, niet aan denken! Terwijl ze rustig doorkletst over reanimaties en andere zaken wanneer het helemaal mis dreigt te gaan, probeer ik onzichtbaar mijn oren dicht te vouwen van binnen. Geloof me, dat is nog lastig zat. Tegelijkertijd probeer ik het woord hartslag uit mijn hoofd te verbannen. Plotseling is het reanimatiegesprek weer voorbij en kunnen we richting de kamer terug…

Als ik het Ok jasje aan heb, wat ik nog steeds bijzondere stukken stof vind, waar uiteraard vast een goede reden voor is waarom ze voor dit model hebben gekozen, kijk ik om me heen want ik mis nog een kledingstuk. De doorkijkonderbroek. De onderbroek die vooral niets te wensen over laat, maar tegelijkertijd absoluut niet sexy is door zijn model kleur en pasvorm. ‘Mevrouw? Moet ik ook zo’n broekje aan,’ vraag ik zacht. De verpleegkundige glipt achter mijn gordijn. ‘Nee, dat doen we tegenwoordig niet meer. Omdat ze op de OK die broek gelijk weer kapot knippen, dus dat heeft geen nut. Je mag gewoon je eigen onderbroek uit doen en dan in bed stappen. Dan doen we er een handdoek overheen en daarna de dekens.’ Ik kijk haar aan met grote ogen, maar knik tegelijkertijd dat ik haar begrepen heb. Crisis, ik ga toch eens contact opnemen met een rokkenfirma in Schotland.

Snel trek ik mijn onderbroek uit en duw hem in een zijkant van mijn tas. Daarna trek ik mijn dikke koessokken aan. Aan de linkervoet één met grijs-witte stippen en aan de andere kant met grijs-witte strepen. Uiteraard horen die twee niet bij elkaar, maar Chan heeft me geleerd dat twee verschillende sokken juist hip zijn en op een gekke manier werkt het ook nog. Daarna schuif ik snel onder de dekens en trek de gordijnen open. Het handdoekje ligt als een butlerdoek beschermend over mijn pierewietje. De verpleegkundige propt nog snel behendig een molton onder mijn dekens, want ik ril weer als een rietje. En niet alleen van de kou…

Het volgende moment word ik naar de OK gereden. Links van me, zie ik de endoscopie afdeling. De plek waar ik heel vaak zonder onderbroek vertoef. Nu ga ik rechtdoor, door de klapdeuren de holding op. De plek waar je word voorbereid op de OK. Ik schreef al eerder in Slappe HAP over smurfenland. En in de tussentijd is smurfenland nog niets veranderd. Bekende gezichten, blauwe kleding en de gang van zaken kan ik inmiddels wel in mijn slaap vertellen. De verpleegkundige doet de overdracht aan de mevrouw die me hier verder gaat voorbereiden. Ik probeer me inwendig met alle macht die ik in me heb, me kalm te houden. De piepjes van de hartslagen en bloeddrukmeters klinken bijna oorverdovend hard. ‘Premedicatie gehad?’ hoor ik de verpleegkundige aan de andere vragen. ‘Nee,’ antwoord ze. Gelijk ben ik bij de les. ‘Dat krijg ik hier op de holding altijd,’ vertel ik snel. Ze kijken me allebei aan. ‘Omdat mijn maag met pensioen is, is een tabletje niet handig,’ ga ik verder. ‘De laatste keren deden ze hier een klein beetje Dormicum door mijn infuus, zodra die zat.’ De verpleegkundige legt uit dat zij dat niet zomaar kan geven, maar een anesthesist daarvoor moet vragen. ‘Ik weet het,’ antwoord ik. ‘Maar, hoor ik mezelf plotseling zeggen, ik probeer het wel gewoon zo!’ ‘Echt, ik wil het wel proberen!’ Mijn inwendige ik is bijna hysterisch van de stress, maar ik wil het zo, punt uit!!!

operatiekamer
Ik word vervolgens beplakt met stickers voor het bewaken van mijn rikketik, een band om de bloeddruk te meten word om mijn arm bevestigd. De piepjes om me heen vervagen iets. Het woord hartslag danst nog steeds aanwezig door mijn hoofd, maar verdwijnt langzaam richting achtergrond. Opeens staan de twee anesthesieassistenten voor mijn neus, om me op te halen, maar ik ben nog niet klaar. Er moet nog een infuus in mijn arm. Twee man sterk gaan ze op zoek naar een ader die bruikbaar is en dat is nog geen peulenschil. Eén aan de linkerarm en één aan de rechter. Binnen de kortste keren heb ik twee hele paarse armen door het stuwen. Links word een poging gedaan, gevolgd door rechts. Ondertussen probeer ik mezelf maar af te leiden, maar dat is nog niet makkelijk op een holding. Alles wat daar is, heeft met medisch te maken. En alles wat medisch is, doet de focus weer terug kaatsen op je zieke lichaam, want je komt daar niet gezellig om te knikkeren. Verderop hangt een schilderijtje van een beertje. Maar die kan ik nu niet zien. Daar liggen vaak de kindjes. Meerdere keren heb ik daar ook liggen wachten tot ze me meenamen en wat heb ik de kleuren in dat minischilderijtje bestudeerd al die keren. Maar helaas vandaag dus niet. Brein op stand nul en maar net doen of ben ik hier niet. Heel even heb ik contact met een vrouw tegenover me, ze is net wat jonger dan mij. Even kruisen onze blikken elkaar. Dezelfde gedachte. Beide worden we geprikt voor dat infuus en grappig is dat niet, als het niet lukt. Als uiteindelijk die van mij zit, gaan we richting OK.

De OK… ruimte vol apparatuur. Een OK bed, waarvan ik me iedere keer verbaas hoe smal dat bed is. Hoe koud het er is en hoeveel mensen er wel niet omlopen. De gynaecoloog geeft me een hand en een gyn in opleiding idem dito. Mijn bed word tegen het OK bed gereden. ‘Je mag wel voorzichtig overstappen,’ zegt één van de koesdokters. Blote kont…pierewietje…handdoekje, schiet het plotseling door mijn hoofd. Wahhhhh!!! Tegelijkertijd spreek ik mezelf weer streng toe. ‘Doe even normaal joh, een gynaecoloog ziet dagelijks niets anders. Daarnaast is het OK-jasje voor mij behoorlijk lang, aangezien ik niet zo hele groot ben. Dus duw ik dapper de dekens van me af en maak aanstalten om over te schuiven. De kou vliegt als een sneeuwjas om mijn lijf. Rillend schuif ik over. Om me heen is het allemaal actie. Mijn handen mogen opzij gelegd worden. Zo lijkt het net of zegen ik de mensen hier, denk ik lachend. Een warmtedeken word over me heen gelegd en binnen luttele secondes maakt de sneeuwjas plaats voor een behagelijke warmte. Helleuuu Malediven!! De stickers op mijn borst worden aangesloten op het apparaat om mijn hart in de gaten te houden. De bloeddrukband om mijn arm word opgepompt om mijn bloeddruk te meten. De piepjes van mijn hartslag gonzen door de ruimte. Ik krijg nog een knijpertje op mijn vinger voor het meten van het zuurstof in mijn bloed. De anesthesist is onderweg, word er gezegd en dan zijn ze compleet. Plotseling word ik me weer even heel bewust van de situatie. Ik lig hier met mijn armen opzij, vast op dat OK-bed. Iedereen is druk bezig rondom me. En mijn hartslag staat hysterisch om aandacht te vragen, om luid kloppend aanwezigheid te zijn in mijn borstkas en hoofd, wat ik gelijk in een echo terug hoor uit dat apparaat door middel van piepjes. En dan vliegt het me plotseling aan… PANIEK!!!

Het liefst ramde ik mijn armen als een trommelsoldaatje naar elkaar toe, maar gelukkig bezit ik naast het bijna in paniek raken, ook over een knop die nog net iets sterker is dan de waanzin in mijn lijf. Het raast door mijn lijf als een idiote opgefokte wervelstorm. Mijn ademhaling heeft zich inmiddels verplaatst van mijn borstkas naar mijn keel. Ik hoor een deur achter me en de anesthesist komt binnen. Deze meneer ken ik wel. Dat is ook zoiets, als je TE vaak hier komt, begin je mensen te kennen en herkennen, maar andersom ook. Ik kijk ondertussen naar het plafond, als ik goed tel zijn het 16 vierkante lampen in het plafond verwerkt. En daaronder de grote OK lampen aan de buigzame armen.

12-06

Ondertussen doet de paniek in mijn lijf nog steeds zijn best om me op de kast te krijgen. Maar nog steeds ben ik sterker. Ondanks dat ik me een slag in de rondte zucht en hyper, heb ik nog steeds het laatste woord. De medische psycholoog zei het laatst al, ‘Je doet het hartstikke goed!’ Nou, ik zal hem de eerst volgende keer eens even wakker schudden, dat dat misschien wel zo kan zijn, maar dat het keihard werken is om jezelf zo in bedwang te houden. Doodmoe word je ervan. En terwijl ik dat denk, pakt een hand mijn pols even vast. ‘Gaat het?’ vraagt een zachte stem. Een stem die rust brengt. Ik knik. Het is de gynaecoloog in opleiding. ‘Eerlijk?’ vraagt ze nog eens. ‘Een beetje,’ fluister ik. Het beeld zal er voor haar wel heel anders uitzien. Ik met mijn grote ogen in mijn bleke smalle gezicht, die als een Bambi verschrikt de wereld in kijkt. Liggend op die smalle tafel, met inmiddels één hand los omdat ik zelf het zuurstofkapje mag vasthouden, maar in een te groot OK-jasje met daaronder een paar slangen in mijn lijf, een extra gat in mijn buik en ook nog een stomazak. En dat allemaal in mijn blote pierewiet maar wel met mijn hippe sokken, waar inmiddels plastic kousen overheen zijn getrokken, wat vast iets met hygiëne te maken zal hebben. Wat een bizarre ochtend!

De Gyn in opleiding begint de time-out procedure, om te controleren of ik wel de juiste persoon ben die daar moet liggen op dat moment. De vragen beantwoord ik en de rest idem. Tot slot zegt ze: ‘Antje, heeft een rijke historie hier en heeft last gehad van PTSS en paniek, zullen we daar met zijn allen even heel goed rekening mee houden? Ik hoor verschillende stemmen en spontaan valt er iets van spanning weg. Ik ben geen mietje, ik heb gewoon teveel meegemaakt. De anesthesist maakt ondertussen de narcosegoedjes startklaar. Ik mag mijn ademhaling via het kapje doen. ‘Oh, zal ik maar vast een droom uitzoeken?’ vraag ik snel. De assistent knikt vriendelijk. Een vrouw links naast me, glimlacht. ‘Wat ga je dromen? Over een warm strand?’ vraagt hij. ‘Nah, antwoord ik een beetje loom van de warme deken, terwijl ik lig te rillen als een rietje van de stress die nog steeds door mijn lijf raast. ‘Ik ga, uh, ik ga maar weer eens koffie drinken met Georgie! George Clooney!’ Een gelach vult de OK ruimte. De vrouw links van me wil mee. En de assistent achter me, heeft het over het Comomeer in Italië waar George zijn tweede huis heeft. Of zijn derde… Heel even heb ik een dejavu naar een vorige operatie. Toen mijn dikke darm werd verwijderd. Toen ging ik precies zo onder narcose en toen wilde de anesthesiste ook mee. Ik kijk de mevrouw links van me aan. ‘Dat mag! Ik wacht wel op je,’ beloof ik stellig. Crisis, het lijkt wel of heb ik drank gehad.  En het mooiste komt nog, ik heb helemaal niets gehad. Tenminste….

george koffie 2

Ik kijk naar rechts en de anesthesist staat klaar met de spuitjes. ‘Antje, ik ga je eerst alvast een klein beetje geven zodat je alvast een beetje rozig word!’ Ik knik en zie dat hij het spuitje op mijn infuus bevestigd. Ondertussen krijg ik van de assistent de opdracht om het zuurstof eens diep naar binnen te zuigen. De vrouw links van me, staat nog steeds te lachen om het George verhaal. En ik denk maar één ding, spuit alsjeblieft die spuit leeg, zodat ik onder zeil kan en ik kan ontspannen. Belachelijke gedachte eigenlijk, want van die ontspanning zal ik weinig merken. ‘Voel je hem al?’ vraagt de anesthesist. ‘Neuuu,’ hoor ik mezelf zeggen, terwijl ik de zuurstof mijn neus voel indringen en de lichtbakken boven mijn hoofd nog steeds scherpe contouren hebben. ‘Nu dan?’ vraagt hij nog eens. ‘Oehhh, ja hoor daar komt ie aan…ik ga om koffie jongens, tot straks! Oh, nog niet, ik ben er nog,’ lal ik verder. De mensen om me heen lachen. Maar al snel vervormt het geluid, de lichtbakken in het plafond krijgen wiebelige lijnen en het zuurstofkapje in mijn hand wordt steeds zwaarder. Ik begin te lachen, maar niet normaal. Een soort van laid-back lachen. ‘Dan ga ik nu echt om koffie naar George,’ grijns ik. Het zuurstofkapje heb ik niet langer voor mijn neus, de lichtbakken doven langzaam. Lachend zak ik weg….

slaap

Getagd op:            

8 thoughts on “Hoofdstuk uit “Het bloeddiner”… OK!

  • juni 17, 2015 op 1:22 pm
    Permante link

    Wanneer komt het uit? Kan niet wachten!!!!!

    • juni 18, 2015 op 7:15 pm
      Permante link

      Margaret dat zal ongeveer rond 2016 zijn. Ik heb een tijdje niets gedaan en heb sinds afgelopen week weer een kalm begin gemaakt… Ik zal mijn best doen haha!

  • juni 17, 2015 op 2:15 pm
    Permante link

    Die George zal wel denken daar komt die Buisman ook weer aan. Weer een mooi en duidelijk geschreven blog. Het is indrukwekkend om alles te lezen en een klein beetje mee te kunnen kijken in jouw wereld. xxxxx

    • juni 18, 2015 op 7:16 pm
      Permante link

      Thanks Yvon! George is inmiddels denk ik wel aardig door de mosterd gehaald in mijn OK avonturen haha! x

  • juni 17, 2015 op 7:09 pm
    Permante link

    wat ik me ineens afvraag is Buisman van DE (niet te verwarren met Douwe Egberts, ik bedoel hier nadruk op het woordje ´de´) Buisman voor in de koffie??
    Als je boek uitkomt mag je mij alvast noteren voor een exemplaar. Even heel kritisch: hier en daar een klein tikfoutje, maar het verhaal is top! Oja ook grappig dat je taal je afkomst kan verraden. Het doet me denken aan dezelfde dingen waar ik door collega´s in Alphen aan den Rijn op geattendeerd werd. De uitdrukking: hoeveel mensen er hier omlopen, doet in het westen de wenkbrouwen liften in deze context. Jij bedoeld: ´rondlopen´ in de zin van ´hier zijn´ niet omlopen (zoals kilometers omlopen omdat de brug afgesloten was). Details ik weet het. Nogmaals ik zit meteen helemaal in je verhaal, alle lof en complimenten; jammer dat het geen fictie is…

    • juni 18, 2015 op 7:21 pm
      Permante link

      Johanna, Buisman is idd die koffie bekend van vroeger…deze Buisman niet. Misschien ergens linkjes maar niet dat ik weet haha. Ik heb je inmiddels genoteerd en de kleine tikfoutjes zijn inmiddels verdwenen als het goed is! De Friese touch alias de letterlijke Friese ombuigingen naar Nederlands, zijn over het algemeen met opzet gedaan, uitzonderingen daar gelaten haha. Het is precies hoe ik mijn verhaal kan doen, en dat geeft denk ik met de cynische humor de kracht in het boek. Maar uh, ik hoor het graag de op en aanmerkingen, leer ik van en daardoor kan het alleen maar beter worden. Doordat je ziek en moe bent, ben je niet altijd even scherp. Thanks voor je complimenten! Lief!!

  • juni 17, 2015 op 7:30 pm
    Permante link

    Beste Antje ,ik volg je nu al een tijdje,ik heb ook CIIP ,als ik aan het lezen ben lijkt het of ik mijn verhaal zit telezen ,eng gewoon ik zelf kan er moeilijk over praten laat staan schrijven. Ik voel mij erg verwant met jou al ken ik je niet .vind het heel knap dat jij alles zo goed verwoordt .Wij zijn maar met zo weinig CIIP ,bij mij zit het al in slokdarm .heb veel angst maar zal dat aan niemand zeggen ,ben geen prater en dat maakt het ook wel weer moeilijker voor mijn omgeving .Weet dat je genoeg aan je zelf heb maar vind het ff fijn om wat teschrijven ,vrijdag worden bij mij de stenen uit de endeldarm weer weg gehaald ,en moet ik weer moeilijke beslissing nemen .Lieve groetjes Dineke

    • juni 18, 2015 op 7:29 pm
      Permante link

      Hoi Dineke, leuk dat je een berichtje hier achterlaat! Minder leuk dat jij met hetzelfde pakket zit! Voel je niet vervelend om hier je ding neer te zetten, want ik heb er geen problemen mee om jou kant te horen. Mijn gehele spijsvertering heeft ook kuren en ik zit sinds een jaar aan de tpv. Laten we zeggen dat ik daar weer door gegroeid ben, en wat sterker ben geworden! De stenen uit de endeldarm verwijderen herken ik ook…iedere vijf weken spoelsessies op de endoscopie afdeling, verschrikkelijk naar maar ik heb gelukkig een super arts die het voor mij zo comfortabel mogelijk maakt! Het open zijn, over de ziekte naar anderen maakt de drempel van benaderen en ermee omgaan wel makkelijker. Ik ben een open persoon, maar tegelijkertijd kan ik ook een binnenvetter zijn. Dus ik ken ook die lastige kant. De angst ken ik ook,van hoe komt alles… de kunst is om er op een bepaalde manier mee om te leren gaan en dat is keihard werken, omdat het een zeer grillig ziektebeeld is. En in mijn geval ook bijna geen grip op te krijgen is! Ik hoop dat je er een beetje een weg in vind, en hier mag je altijd je verhaal kwijt! Liefs!

Reactiemogelijkheid uitgeschakeld.