bloemen

…..flarden van het onderzoek komen bovendrijven! Ondertussen sein ik Geert dat hij me mag komen halen. Ik ben werkelijk smoor bezopen van dat roesje. De wereld draait als een tierelier en ik voel me net een overspannen stuiterbal. Het lijkt of zitten mijn hersenen los in mijn hoofd en zodra ik mijn hoofd draai, komen mijn hersenen er in slow-motion achteraan, om vervolgens met een knal tot stilstand te komen tegen mijn schedel. Je zou bijna mallebabbe gaan zingen! En dan krijg je ook nog dat mijn ogen, een soort van zoekende zijn naar een stabiel punt. Het moet het beeld geven van een tekenfilm poppetje wat tegen een muur aanloopt. Draaiende ogen met sterretjes er boven…

dizzyyy

Plotseling staat Geert voor mijn neus met een rolstoel. In mijn beleving is het maar een minuut geleden dat ik hem een berichtje heb gestuurd dat ie me mag komen halen. Als ik persoonlijk heel eerlijk ben, zou je zulke personen als mij niet los moeten laten in de maatschappij, in deze toestand. Gelukkig ga ik dat ook niet doen, want ik denk dat als ik op twee benen probeer te staan, ik gewoon als een soort van tuimelaar gelijk naar links of rechts val. Voorover zou ook heel goed kunnen. Bats, zo met je smoel op de grond. Dat zou toch wel heel erg zonde zijn voor mijn mooie tandsies! Die dormicum heeft me er deze keer weer helemaal doorheen gesleept, magisch spul. En dan neem je de gratis dronkenschap maar op de koop toe. Heeft men om me heen ook nog een beetje lol, al zal het ook best irritant zijn, aangezien ik behoorlijk veel herhaal…

‘Oeh, ik moet plassen,’ hoor ik mezelf plotseling zeggen, om het volgende moment gelijk naast mijn bed te gaan staan. Geert en de verpleegkundige graaien tegelijk naar voren mijn kant op. Ik begrijp er niets van. In vertraagd beeld, voel ik mezelf een beetje overhellen naar links. Dat gaat dus niet goed! Snel plof ik achteruit op mijn bed. Ik zie dat ik mijn jeans ook alweer aan heb, evenals mijn laarzen. Wauw, zo dronken ben ik vroeger zelfs nog nooit geweest. Mijn hele korte termijn geheugen is om zeep! Het volgende moment zit ik in de rolstoel richting de wc, om het volgende moment door de zuster weer terug gebracht te worden. Ik kijk naar de klok en wil eigenlijk maar één ding…verder slapen! Roes uitslapen. ‘Beloof je dat je kalm aan doet en echt in de rust gaat?’ zegt de verpleegkundige. Ik knik. ‘Ja, ik ga zo meteen gelijk verder slapen, want ik heb vanavond een boeklezing/presentatie en dat wil ik gaan doen, want dat heb ik beloofd. Deze scopie is er met spoed tussen gegooid en die mensen van vanavond verheugen zich erop, dus hadsekidee op naar huus!’ De verpleegkundige kijkt me met grote ogen en open mond aan, met een mengeling van verbazing en bezorgdheid. Geert kijkt haar aan en schud lichtjes zijn hoofd. Hij weet dat ik soms een muur moet tegenkomen om mijn grens te ontdekken, dus laat hij me soms maar waaien. Vroeger niet, dan probeerde hij me af te remmen en me te laten inzien dat het niet verstandig was. Bij het woord “niet”, werd ik steeds opstandiger en werd ik nog strijdvaardiger. Dit ziekzijn pikte al zoveel van me af en ik zou strijden om dat ziekzijn, het vooral niet te gemakkelijk te maken en ging dus vooral finaal tegen de draad in van verstandig zijn. Later leerde ik door de klappen die ik kreeg dat dat niet slim was, maar soms heb ik dat nog steeds een beetje dat ik er keihard tegenin moet gaan. Na de belofte, dat ik een verstandig besluit zal nemen vanavond, mag ik dan toch naar huis.

Rond half drie rol ik mijn eigen waterbedje in, ondergestopt door manlief! Het duurt misschien tien seconden dat ik weer verdwijn in een diepe roesjesslaap…

‘Ant, wakker worden joh,’ hoor ik een stem naast mijn hoofd zachtjes praten. Ik kijk naast me en zie dat het Geert is. In de slaapkamer is het donker. Gedesoriënteerd vliegen mijn gedachten een rondje door mijn hersenpan. Scopie, uitslapen, presentatie… ‘Hoe laat is het?’ vraag ik geschrokken. Mijn lijf voelt loom en zwaar. ‘Tien over zes,’ antwoord Geert. Ontspanning vliegt gelijk weer door mijn lijf. Nog tijd zat. ‘Hoe voel je je?’ ‘Eigenlijk best goed,’ antwoord ik. ‘Heerlijk geslapen.’ ‘Ga je het redden?’ Stoer knik ik mijn hoofd. ‘Absoluut!’

Na een uur ben ik daar niet meer zo zeker van. Rond negen uur moeten we er zijn dus ik heb nog even om bij te trekken. Maar als ik eerlijk ben, is dit o “niet” verstandig! Maar de onverschilligheid en de onverschrokkenheid van de dormicum wint het. Daarnaast wil ik die mensen niet telleurstellen en ben ik er wel zat van dat ik iedere keer wat af moet zeggen, omdat mijn lijf weer eens roet in het eten gooit. Nee ik ga op pad zo meteen met Yvon en PJ. Die gaan me vergezellen en dan wordt het vast nog een prachtige avond. Misschien heb ik nog wel heel veel profijt van de dormicum…zenuwvrij bijvoorbeeld. You never know!!!

loessss

Na een warme douchesessie en mezelf duidelijk maken dat ik sterker ben dan de dormicum, zit ik tegen negenen in de auto bij PJ en Yvon. Op naar het dorp even verderop. Mijn gezicht is zo wit als sneeuw en mijn ogen staan vermoeid. Maar wie dat niet weet, zal dat ook niet zo snel zien, aangezien mascara, eyeliner en de rest gewillig zijn. Haarlakje in de haren en gaan met die banaan. Al werd me net gezegd door drie personen dat ik er niet uitzie, maar die kennen me “te” goed. Dus dat telt niet. Al snel zijn we in het dorp waar we moeten zijn, een klein knus dorpje met zo’n 200 inwoners. En nu wordt het zoeken naar het dorpshuis. Je zou zeggen dat kan niet zo moeilijk zijn, met die paar straten, die denk ik op één of twee handen te tellen zijn. Maar dat is het dus wel… Heen en weer rijden, straat in en straat uit. En toch moet het in de buurt zijn.  De tijd tikt door en ik raak er niet eens gestrest van. Ik die altijd op tijd is en onrustig wordt als ze bijna te laat is, verblikt nu geen moment. Niet eens een zenuwtrekje! Terwijl Yvon bij iemand aanbelt om te vragen waar we moeten zijn, raadpleeg ik ondertussen Google. Het volgende moment stapt Yvon weer in en legt lachend uit waar we moeten zijn….50 meter verderop. Echt te hilarisch, verdwalen in een dorp van 200 inwoners. Ja, dat kunnen wij! Geen vijf minuten later stappen we binnen in een zaal vol mensen. Een stuk of veertig schat ik. Normaal zouden de zenuwbeestjes de kermis in mijn buik gelijk weer in volle gang zetten, maar de kermis is gesloten. Gesloten door een dormicum invasie.

Omstreeks half tien mag ik van start. PJ filmt en Yvon maakt foto’s. De Powerpoint achter me op het scherm doet zijn werk en ik steek van wal. Ik begin te praten en te praten.  Het duizelt me nog steeds in mijn hoofd en mijn hersenen zitten nog steeds niet helemaal vast. Ik moet me focussen op mijn verhaal, zodat ik niet ga wauwelen. Zenuwen heb ik niet, maar ik heb een heidens karwei om mijn vermoeidheid en gedachten bij de les te houden. Ik win houd ik mezelf voor…morgen zal dat wel anders zijn. Maar vandaag heb ik gewonnen! Zo nu en dan kijk ik even naar Yvon, die me bemoedigend toe knikt. Het voordeel is dat ik een extravert persoon ben en ook al ben je onzeker als je voor een grote groep moet spreken…dat extraverte sleept me er doorheen. Ik praat zelfs nog met een lijnsepsis en dik 40 graden koorts. Als ik stil wordt en niet meer praat is het goed mis en waarschijnlijk al te laat, dus laat mij maar kletsen! Halverwege wordt iemand in de zaal, nog witter dan ik al ben en wordt onder begeleiding naar de frisse buitenlucht gebracht. Dat gebeurd terwijl ik het over het plaatsen van de PEG-J katheter vertel. Mijn welgemeende excuses. Ik weet dat ik soms te levendig vertel….aii! Gelukkig is hij niet tegen de vlakte gegaan, want dan had ik me zelfs ondanks het verdovende goedje toch wel schuldig gevoeld.

presentatie 3

Rond middernacht lig ik dan eindelijk in mijn bedje, zo verschrikkelijk moe dat ik niet eens in slaap kan komen. Rond kwart voor elf, reden we met zijn drieën lachend naar huis na deze prachtige en hilarische avond. Want wie verdwaalt nou in zo’n gehucht! Het publiek was geweldig. Eén en al oor en luisterden aandachtig. En toen kreeg ik ook nog een bos bloemen en cadeaubon, als dank! Een hele bijzondere avond!!! Na een bizarre dag…

Zaterdagochtend…ik kan maar niet vooruit komen. Hondsberoerd en nog bleker dan bleek. Temperatuur schiet alle kanten op en ik heb het gevoel of heb ik een week in de kroeg gezeten en non-stop gezopen. Was dit verstandig gisteren? Daar laat ik me niet over uit, dat antwoord kan jezelf wel bedenken… Was het, het waard? Gisteren wel! Zou je het weer op deze manier doen? Nah! Bijzonder was het wel en ik was weer even winnaar! Winnaar in de battle tegen dat tegendraadse zieke lijf, gisteren had ik het laatste woord, ook al was dat nog deels onder invloed van…

Vandaag wint het ziekzijn en slaat keihard terug. Zelfs mijn karakter wint het vandaag niet om mijn lijf maar enigszins iets vooruit te krijgen, dus betekend dat maar één ding, pas op de plaats en een goede verliezer zijn. Hé, maar psstt uiteindelijk heb ik toch nog winst behaalt….ik weet weer waar mijn grens ligt!!! Dus, ik heb toch weer het laatste woord…PUNT!

kussies

Getagd op:                                    

3 thoughts on “Deel 2…toch klap van de molen en winst!!!

  • maart 10, 2015 op 12:50 pm
    Permante link

    We hadden net al ff zitten appen……..maar je krijgt het nu toch voor elkaar om een glimlach op mijn gezicht te toveren. Je schrijft zo mooi, en vertellen kun je ook als de beste. Tel daar mijn beeldend denken bij op en het plaatje is compleet. Een topper ben je. knuffels xxx

  • maart 10, 2015 op 1:20 pm
    Permante link

    Ik ben blij dat je weet waar je grens ligt maar aan de andere kant ben ik bang dat je grenzeloos bent. Hebben ze hier geen smileys? 😉
    xxx

  • maart 15, 2015 op 9:57 am
    Permante link

    Het is weer een mooi stukje geworden Antje, met plezier en bewondering gelezen op de zondagmorgen! :-)

Reactiemogelijkheid uitgeschakeld.