fokke en sukke

Ik zwaai nog even naar Geert, terwijl ik richting de draaideur loop! De draaideur! Van la hospital. Ik ben inderdaad een draaideur patiënt, want ik kom altijd weer terug. Net een hardnekkige schimmel, of een wrat die niet weg te schroeien is. Maar het is nou eenmaal nodig en la hospital blijft een goede gastheer, dus blijft mijn patiëntenlijf trouw gebruik maken van de zorg die het nodig heeft, om op de been te blijven. Ik loop de grote hal binnen en zucht eens diep. Na tien stappen ben ik al opgeslokt in de dagelijkse drukte van het ziekenhuis. Patiënten lopen langs me heen, artsen druk telefonerend of druk in gesprek met een collega en verpleegkundigen lopen in een ritme, wat eerder bijna snelwandelen kan worden genoemd, met dank aan de bezuinigingen in de zorg. Ik voel mezelf in het zakje frisse snoepjes knijpen wat ik stevig vasthoud. Maar ik vertik het om er één te nemen. Soms kan de drukte in de grote hal, me stram maken en tegelijkertijd hysterisch alert. Als een alarm wat te scherp afgesteld staat. Of het komt door de drukte, of dat het komt door het gebouw zelf, ik heb geen idee. Ik weet wel dat wat ik hier allemaal heb meegemaakt me in een soort van waakstand brengt. Ik begin zwaarder te ademen, hoog in de borstkas. Niet snel, maar juist zuchtend. Iets wat de aandacht wil gaan opeisen en de situatie wil gaan beheersen. Gelukkig weet ik dat in de kiem te smoren met frisse snoepjes. Die zijn zo fris, dat de meeste mensen er tranen van in de ogen krijgen. Een soort van tussen de oren kwestie, maar het werkt en geeft me op dat moment lucht! Ik plof neer op het houten bankje, waar ik meestal zit als ik tijd over heb. Nog een dik half uur en dan loop ik naar de eerste verdieping…

Na een dik half uur mensjes te hebben gekeken, even gekletst met Fem en een collega is het toch echt tijd om naar boven te lopen. Ik gooi mijn tas over mijn schouder en laat me weer lopend opslokken door de lopende zorgvragers-en gevers-massa. En dat op een vrijdag. Nadat ik met de lift naar boven ben gegaan, meld ik me op de bewuste afdeling. Mijn wereld waar ik inmiddels alweer dik zes jaar kind aan huis ben. De slangenwereld! Een voordeel is, dat ze je hier goed kennen inmiddels en dat je op de één of andere vage manier er iets rustiger van wordt. Je zou zeggen dat ik er inmiddels mijn hand niet meer voor omdraai, zo vaak dat ik hier ben geweest. Maar niets is minder waar! Het lijkt wel of hoort het er gewoon standaard bij, die akelige misselijkmakende zenuwen die speelkwartier houden in je maagregio. Gelukkig mag ik al snel naar binnen. De ruimte vol met bedden waar mensen in liggen, die de slangenwereld nog mogen betreden of al klaar zijn. Dat onderscheid kun je zo maken! En niet alleen door de bloeddrukmeters die naast de bedden staan of de slapende hoofden die diep weggestopt zijn in de kussens. Zo nu en dan hoor je een concert van ontluchtingsgeluiden de ruimte vullen. Maar dat mag hier en is uiterst normaal, dus dat hoor ik allang niet meer. Het bed gelijk om de hoek van de deur is voor mij. Een fijn plekje, een beetje afgezonderd van de rest van de bedden.

20150309_094950

De verpleegkundige, een nieuwe, neemt de lijst met me door en meet mijn bloeddruk. Daarna wordt de OK gebeld, of ik mag komen om een infuusnaald te laten prikken. Helaas is het daar even druk, dus moet ik nog een kwartiertje wachten. Ik kijk naar de klok. Dat betekend dus dat ik vijf voor elf voor een infuus kan en om elf uur ben ik aan de beurt bij mijn arts. He bah, dan loopt hij door mij uit. Dat vind ik vervelend. Al snel is het tijd en samen met de verpleegkundige loop ik naar de rent van de OK. De blauwe smurfenwereld! Ik loop al naar het stoeltje tegen de muur en ga zitten. Als je hier ‘te’ vaak komt, dan weet je ook de gang van zaken. Het prikfeest gaat van start en de verpleegkundige gaat ondertussen weer terug. Ik weet de weg zelf ook wel weer terug te vinden en dit zal wel weer even duren, aangezien mijn aderen dikke drama zijn. Rollers, dun, kleppen, littekenweefsel…ik bezit het allemaal. Om mijn dooie vingersyndroom maar niet te vergeten. Warmwaterkruikjes worden gemaakt, er word gestuwd, getikt en zachtjes gemept op die blauwe binnenweggetjes in mijn handen. De uitkomst is wel te voorspellen en even later verlaat ik de rent van de OK met meerdere pleisters, maar met een werkend infuusnaaldje. Kijk dat bied hoop! Weer terug op de slangenafdeling, plas ik even snel. Daarna gooi ik mijn jeans en laarzen uit en kruip in mijn zwarte naadloze slangenwereldonderbroek onder de twee dekens in mijn bedje. Het duurt dan ook niet lang, of ik wordt meegenomen door twee verpleegkundigen, female and male! Beide heb ik vaker bij deze ingreep en daardoor is het allemaal wat losser, iets wat ik wel nodig heb, aangezien ik hier niet mijn frisse snoepjes mee naar toe kan nemen. We verlaten de uitslaap en ontluchtingsruimte en steken het steegje over en gaan rechtdoor gelijk weer een kamer binnen. De kamer…

 

‘Hé, je haar heeft een andere kleur!’ zegt mijn arts terwijl we naar binnen rijden. Ik lach. Wat scherp zeg en dat van een man. Die zien dat vaak niet eens. Het bed wordt op zijn plek gereden en het hoofdeinde gaat omlaag. Mijn zwarte slangenwereld onderbroek mag ik uitdoen en naar het voeteneind bonjouren. Aan de rechterkant ligt de zwarte slang op zijn kastje, me liefjes aan te staren.

slang                   scoopje

Ik schenk er maar geen aandacht aan en draai me op de welbekende linkerzijde. Operatie darmspoelen gaat bijna weer van start in de slangenwereld. En het is weer hoog tijd! De afgelopen twee weken zijn vooral in de ochtend lastig geweest. De rectumstomp van 20 cm die ik nog bezit, begrijpt niet dat ik geen dikke darm meer heb en blijft dus trouw darmslijmen aanmaken. Net als bij iemand die hem wel gewoon heeft. Alleen één klein detail, die slijmen komen er bij mij niet uit, maar blijven lekker warm binnen zitten en dikken nog eens fijn in. Ja, ik weet het niet smakelijk maar zo begrijp je het wel. Op een gegeven moment geeft dat zoveel ellende en wordt het een regelrechte bevalling, met helemaal niets als resultaat. Rug weeën en been weeën razen door je lijf, puffend en naar adem snakkend coach je jezelf inwendig door iedere golf heen en als iemand besluit om je lieflijk over je rug te aaien, moet je jezelf beheersen om diegene geen knal te verkopen. Vandaag wordt er dus weer gespoeld op de endoscopiekamer door mijn arts en grappig is dat allesbehalve. Maar goed wat moet, dat moet!

Bloeddrukband wordt om mijn arm bevestigd en de eerste meting wordt gemaakt. Ik zie mijn hartslag. 96 slagen per minuut. Ik raak er vreemd genoeg niet van in de stress. Ondertussen klets ik met mijn arts en de verpleegkundige male, over de haperende dingen in mijn lijf. Het voordeel is, dat als je hier vaak komt dat ze ook weten dat ik een hekel heb aan bloeddrukmeters en de broeder staat dan ook precies voor het apparaat, zodat ik niets kan zien en iets stressvrij blijf… iets dan hé.

Het eerste spuitje word op mijn infuusnaaldje gezet. Nacl, alias zoutoplossing. Daarna wordt er een kleiner spuitje opgezet. Dormicum, alias het roesje. Ik zoek een punt in de ruimte waar ik naar blijf kijken als het goedje wordt ingespoten en ondertussen probeer ik zo rustig mogelijk te ademen. Ontspanning zoeken. Het eerste spuitje met het roesje zit er vlot in en wordt gevolgd door de tweede. Opeens wordt het punt op de muur even heel sterk vergroot, om me vervolgens in een dronken toestand te brengen. Een slaperige dronk. En vanaf hier komen er alleen nog flarden voorbij, aangezien ik een behoorlijk hoge dosering krijg. Voorheen deed ik nooit iets op de roesjes, ja na de tijd als het werk achter de rug was. Maar tegenwoordig krijg ik zoveel dat ik stukken mis. Op de uitslaapkamer zeggen ze iedere keer, jeetje wat krijg jij veel. Maar goed, aangezien ik geen pijnstilling ernaast kan hebben i.v.m. hysterische reacties van mijn lijf op dat spul, krijg ik dus een megadosis van dit goedje….

Flarden van vreselijke buikkrampen en een endoscoop die steeds weer die riolering in moet, passeren de revue. Ik hoor mezelf praten, of is het gillen? Door de dormicum kan ik het niet onderscheiden. Het klinkt in ieder geval of ik heel erg pijn heb en de realiteit is dat ik dat ook echt heb. Een stem bij mijn hoofd, roept me bemoedigend toe. Het is een vrouwenstem, maar of het de stem van de verpleegkundige van zonet is dat betwijfel ik. ‘Je doet het goed Antje, er is al heel veel uit, maar er moet nog meer uit!’ ‘Mijn buik, mijn buik,’ hoor ik mezelf jammeren. ‘Duw maar mee,’ hoor ik mijn arts zeggen. Uit alle macht probeer ik te doen wat hij zegt. Het gevoel dat mijn buik uit elkaar scheurt, probeer ik te negeren en blijf duwen. En dan…dan is het uiteindelijk stil…

Er piept iets naast mijn hoofd, wazig kijk ik opzij. Bloeddrukmeter! 85 om iets in de 40 of is het 50? Ik zie het niet goed. De verpleegkundige staat plotseling naast me, of het valt me nu pas op dat ze er staat. ‘Jij moest heel ver wegkomen,’ zegt ze vriendelijk terwijl ze het hoofdeind van mijn bed iets omhoog zet. De wereld duizelt als een gek om me heen. ‘Je hebt ook heel veel dormicum gehad,’ gaat ze verder. ‘Hoeveel dan,’ vraag ik zacht terwijl ik me probeer te concentreren om de duizeligheid de baas te worden. ‘Dat ga ik gelijk even voor je kijken,’ antwoord ze terwijl ze gelijk de computer raadpleegt. Flarden van het onderzoek komen bovendrijven…

 

Vd week deel 2 van deze dag….

Getagd op:                            

3 thoughts on “Deel 1 scopiehersenen, of gewoon een molen tegengekomen…

  • maart 9, 2015 op 12:35 pm
    Permante link

    Valt niet veel op te zeggen want goede wijn behoeft geen krans.
    Alleen dat ik minder angst heb voor de linker foto dan de rechter.
    Pakkerd.

  • maart 9, 2015 op 5:41 pm
    Permante link

    was weer een heftige dag. Voor die ene slang ga ik ook een blokje om. Je bent een echte kanjer xxx

  • maart 10, 2015 op 6:08 am
    Permante link

    Dat was weer even heftig maar gelukkig weer achter de rug voor een paar weken.

Reactiemogelijkheid uitgeschakeld.